Er was eens een egel. Hij woonde op een klein stukje server, ergens tussen /var en /srv.
Op een dag merkte hij iets vreemds. Geen ping. Geen echo. Zelfs geen DHCP-aanvraag die terugkaatste.
Hij controleerde zijn ifconfig, zijn ip a, zelfs zijn resolv.conf — maar er was enkel leegte. Geen gateway. Geen adres. Enkel lo bleef trouw, als een oude vriend die niks kan maar altijd klaarstaat.
Tot hij op een oude switch stootte, half begraven in stof.
“Wie ben jij zonder IP?” vroeg de switch.
“Ik ben een egel,” zei de egel.
“Dat is voldoende,” zei de switch. “Niet alles moet gerouteerd worden om te bestaan.”
En `lo`? Die bleef hem pingen. Altijd 127 keer per seconde.